Speerwerpen

Speerwerpen

Speerwerpen is een onderdeel in de atletiek waarbij men een speer zo ver mogelijk moet werpen. De speer wordt geworpen na
een aanloop, waarbij de aanloopbaan 4 meter breed is en minimaal 30 meter lang, bij voorkeur 33.50 meter of meer.

Daarbij gelden de volgende spelregels:
> De atleet mag de aanloop pas verlaten nadat de speer geland is.
>
De atleet mag niet op of over de voorste lijn van de aanloop of het zijdelings verlengde daarvan komen. Ook niet bij het verlaten van de aanloop nadat de speer geland is.
>
De speer dient met de punt het eerst de grond te raken. De speer hoeft echter niet in de grond te blijven steken.
>
De speer moet binnen de sectorlijnen landen. Dit zijn lijnen die hun oorsprong hebben in het zogenaamde 'achtmeterpunt', acht meter voor het einde van de aanloopbaan.
>
Nadat de speer geland is wordt een werper geacht de aanloop te hebben verlaten, zodra hij/zij aan de zijkant de aanloop verlaat of meer dan 4 meter van de afworplijn weg gelopen is. De jury kan dan gaan meten.
>
Tijdens een wedstrijd mag iedere atleet over het algemeen drie keer werpen, waarna de beste acht atleten nog drie worpen mogen maken.
Tegenwoordig zijn de speren van metaal of carbon waarbij er een handvat van koord is aangebracht rond het zwaartepunt. Een herenspeer is 2.6 tot 2.7 meter lang en weegt 800 gram. Een damesspeer weegt 600 gram en is 2.2 tot 2.3 meter lang. Bij jeugd en masteratletiek worden ook lichtere speren gebruikt, speren van 400, 500 en 700 gram zijn daarbij in gebruik.