Snelwandelen
De afstanden die Olympisch worden gewandeld zijn de 20 km voor zowel de mannen als de vrouwen, en de 50 km voor de mannen.
De bedoeling is zo snel mogelijk te wandelen, maar niet te rennen, waarbij het contact van minimaal één voet met de grond dient te worden gehouden. Daarnaast geldt de regel dat de knie van het standbeen vanaf het moment dat de voet de grond raakt, totdat dit recht onder het lichaam is, gestrekt moet zijn. Pas als het been recht onder het lichaam is mag de knie gebogen worden.
Als een jurylid een overtreding constateert kan hij het volgende doen:
> Bij een overtreding op het randje kan hij een berisping of verwittiging geven door het tonen van een geel bordje met een teken. Bij verlies van bodemcontact is dat een golfje, bij een gebogen knie is dat een. Een jurylid mag niet tweemaal dezelfde berisping geven aan dezelfde atleet.
> Ook kan het jurylid bij een zeer duidelijke overtreding een waarschuwing geven. Hij schrijft dan het startnummer van de atleet op. De atleet wordt op de hoogte gebracht door een bord langs het parcours waarop achter zijn startnummer en kruisje of rode cirkel staat. Een jurylid mag aan een atleet één waarschuwing geven.
> Bij de derde waarschuwing wordt de atleet gediskwalificeerd. De chef snelwandeljury toont hem een rood bordje en hij moet de wedstrijd verlaten. Ook na de finish kan een atleet nog worden gediskwalificeerd. Het derde kruisje of de derde rode cirkel wordt pas op het bord gezet nadat de atleet uit de wedstrijd is gehaald.
Snelwandelraces worden meestal op een parcours gehouden waarbij de atleten meerdere rondes af moeten leggen. Op deze manier ziet de jury alle atleten in ieder geval een aantal keren langskomen. De mogelijkheid tot diskwalificatie leidt niet zelden tot emotionele taferelen.


