Hoogspringen
Hoogspringen is een atletiekonderdeel, waarbij het de bedoeling is over een tussen twee staanders bevestigde lat te springen. Deze lat wordt steeds hoger geplaatst, en de winnaar is de persoon die over de hoogst gelegde lat gesprongen is. Iemand blijft in de wedstrijd totdat drie opeenvolgende sprongen mislukt zijn, die niet noodzakelijkerwijs dezelfde hoogte betroffen. De te springen hoogten worden voor aanvang van de wedstrijd vastgelegd en ieder beslist zelf op welke hoogten pogingen gewaagd worden. Springers hoeven zich maar aan enkele regels te houden:
er moet met één been afgezet worden, een poging mag afgebroken worden als de grond of de matras voorbij de staanders niet aangeraakt is, en er zijn regels voor hoe lang een poging mag duren.
Bij het hoogspringen zijn verschillende sprongtechnieken ontwikkeld zoals de Schotse sprong, de schaarsprong, de rolsprong en uiteindelijk de fosburyflop. De landing van de rolsprong was slecht controleerbaar waardoor grote schuimplastic landingsmatrassen werden ingevoerd. Die zorgden voor de fosburyflop, waarbij op de rug wordt geland. De aanloop van een fosburyflop bestaat uit een aantal passen in een rechte lijn plus een aantal passen in de vorm van een cirkelboog. In de boog helt het lichaam naar binnen om tijdens de laatste pas de verticale stand in te nemen. Het afzetten gebeurt met één been. Vervolgens gaat het hoofd van de atleet als eerste over de lat, waarna de rest van het lichaam om de lat heen draait met de rug ernaartoe gekeerd. Deze draaiing is het gevolg van het oprichten in de laatste pas van de aanloop en wordt verder veroorzaakt door de acties van het zwaaibeen (het been waarmee niet afgezet wordt).


